Vervolg Condor-arrest na verwijzing

Na verwijzing door de Hoge Raad oordeelt het Hof ’s Hertogenbosch over de Condor-kwestie. In dit arrest doet het hof de zaak FNV c.s./Condor af, die door de Hoge Raad naar het hof was verwezen bij arrest van 25 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2687). De vorderingen van FNV c.s. worden grotendeels toegewezen.

Lees meer...

Hoger beroep vonnis Transavia/FNV

In hoger beroep heeft het Hof Amsterdam geoordeeld over de procedure waarin FNV en Transavia streden om de ADV-dagen. Het hof heeft (anders dan de kantonrechter Haarlem) geoordeeld dat de FNV-leden door middel van incorporatie aan de nieuwe cao zijn gebonden zijn, ondanks het feit dat FNV niet langer partij is bij de cao.

Deze andere uitkomst in hoger beroep hangt samen met de uitleg van het incorporatiebeding. De Haarlemse kantonrechter oordeelde dat FNV-leden niet door het incorporatiebeding konden worden gebonden, omdat FNV geen partij was bij de cao en daarmee de representativiteit aan werknemerszijde te sterk was gedaald. Dit werd cijfermatig onderbouwd. De FNV-leden konden terugvallen op de nawerking van de laatste cao waar FNV nog partij bij was.

Lees meer...

Benefiet-bijeenkomst

We kijken terug op een geslaagde Benefiet-bijeenkomst met een geweldige groep deelnemers. Het Haarlems Dagblad deed verslag (klik hier). De opbrengst bedroeg in totaal € 4.100,= dus dat is een prachtig bedrag. Het komt ten goede aan kacheltjes en een aggregaat voor het schooltje op het kamp Moria op het eiland Lesbos. Iedereen die heeft bijgedragen: hartelijk dank!

Lees meer...

ORT

Het hof Arnhem oordeelt over een vordering van werkneemster terzake van onregelmatigheidstoeslag (ORT) tijdens vakantieloon. Op grond van artikel 7:639 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) behoudt de werknemer gedurende zijn vakantie recht op loon. Van dit artikel kan op grond van artikel 7:645 BW niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken, tenzij zodanige afwijking bij die artikelen is toegelaten. Voor de invulling van het vakantieloonbegrip dient te worden aangeknoopt bij de jurisprudentie van het Hof van Justitie.

De beoordeling of er een intrinsiek verband bestaat tussen de verschillende componenten van het globale loon van de werknemer en de uitvoering van de taken die hem zijn opgedragen in zijn arbeidsovereenkomst, is aan de nationale rechter en dient volgens het Hof van Justitie plaats te vinden aan de hand van een gemiddelde over een representatief geachte periode.

Lees meer...