Art. 37 Cao Beroepsgoederenvervoer (hierna: de Cao) bepaalt dat een (extra) vergoeding is verschuldigd over de uren tussen 20.00 en 04.00 uur en voorts dat dit geldt voor nachtritten. De discussie tussen partijen spitst zich toe op de vraag of het verrichten van werkzaamheden (deels of geheel) vallend in de periode 20.00 tot 04.00 uur dient te worden beschouwd als een nachtrit (FNV) dan wel dat eerst van een nachtrit sprake is als (ook) in de periode 00.00 tot 04.00 uur is gewerkt (werkgeefster). Nu een afzonderlijke definitie van het begrip nachtrit in de Cao ontbreekt, dient de bepaling te worden uitgelegd door de rechter.

De cao-bepaling is algemeen verbindend verklaard (Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 januari 2013, Stcrt. 2013, 2496) en bevat dus recht in de zin van art. 79 RO. De door het hof aan de cao-bepaling gegeven uitleg kan derhalve in cassatie op juistheid worden onderzocht. De uitleg dient te geschieden aan de hand van de cao-norm (zie onder meer HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2687, NJ 2017/114 (FNV/Condor), rov. 3.4 en HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427, NJ 2005/493 (DSM/Fox), rov. 4.2-4.5)

De Hoge Raad oordeelt dat artikel 37 Cao Beroepsgoederenvervoer aldus moet worden uitgelegd dat niet alleen de uren vanaf 00.00 uur tot 4.00 uur voor de ‘nachtvergoeding’ in aanmerking komen, maar ook de uren vanaf 20.00 tot 00.00 uur. Dit volgt volgens de Hoge Raad uit artikel 37 Cao. Dat de ATW en het taalgebruik tot een andere conclusie zouden moeten leiden, wijst de Hoge Raad van de hand. Hoge Raad 4-05-2018, Zaaknummer zaak-/rolnummer: 17/01687, ECLI:NL:HR:2018:668.

Blogbericht 15 mei