Franchisehouders van Bakkerij Bart hebben een verklaring voor recht gevorderd dat zij per 1 februari 2014 niet onder de werkingssfeer van de verplichtstellingsbesluit bpf Bakkersbedrijf valt. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen en de vorderingen van bpf Bakkersbedrijf toegewezen en daartoe overwogen dat appellanten bakkersproducten verkoopt en dat ook belegde broodjes als bakkersproduct - want het blijft brood in de zin van het Warenwetbesluit Meel en Brood - moeten worden aangemerkt. Dat deze producten in het zitgedeelte van het filiaal worden genuttigd, leidt niet tot een ander oordeel.

In hoger beroep staat de vraag centraal of de franchisehouders van Bakkerij Bart sedert februari 2014 aangemerkt moet worden als bakkersbedrijf dan wel als horecabedrijf. De franchisehouders willen bij voorkeur de Horeca-cao toepassen omdat die, in tegenstelling tot de cao voor het Bakkersbedrijf, geen zon- en feestdagentoeslag kent.

Het hof herhaalt dat de kantonrechter de cao-norm heeft toegepast om vast te stellen hoe de begrippen uit het bakkersbedrijf danwel het horecabedrijf dienen te worden geïnterpreteerd en welke hoeveelheid omzet ieder van deze activiteiten genereert binnen het bedrijf van appellanten. Bij de cao-norm zijn in beginsel de bewoordingen, gelezen in de gehele tekst van het verplichtstellingsbesluit van doorslaggevende betekenis. Hierbij kan acht worden geslagen op de elders in het besluit gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de tekstinterpretaties zouden leiden (zie Hoge Raad van 24 februari 2012 ECLI:NL:HR:2014:215 en 31 januari 2014 ECLI:NL:HR:2014:215).

De (on)aannemelijkheid van de rechtsgevolgen vormt in casu een belangrijk gezichtspunt voor het hof bij de invulling en toepassing van de cao-norm zoals die door de Hoge Raad is ontwikkeld. Het hof komt in dit appel (nog) niet tot een slotsom en stelt appellanten in de gelegenheid aan te geven of zij in staat is bewijs te leveren wat in elk van de betrokken jaren haar omzet is geweest aan andere dan bakkersartikelen in de zin van het verplichtstellingsbesluit.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 05-06-2018, ECLI:NL:GHARL:2018:5130, 200.197.715/01 (VOF/BPF Bakkersbedrijf).

Dit nieuwsbericht is geschreven door mr. dr. Esther Koot-van der Putte, eigenaar van Cao-recht Advies en Opleiding (www.cao-recht.nl).