Na verwijzing door de Hoge Raad oordeelt het Hof ’s Hertogenbosch over de Condor-kwestie. In dit arrest doet het hof de zaak FNV c.s./Condor af, die door de Hoge Raad naar het hof was verwezen bij arrest van 25 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2687). De vorderingen van FNV c.s. worden grotendeels toegewezen.

Het hof komt in dit eindarrest tot de slotsom dat de vennootschap 1 niet geslaagd is de stelling te ontzenuwen dat op 20 mei 2010 mondeling tussen FNV en de vennootschap 2 is overeengekomen dat het Sociaal Plan ook van toepassing zou zijn op de achterblijvers. De vordering van FNV dat de vennootschap 1 in het geding tussen FNV en de vennootschap 1 wordt veroordeeld tot nakoming van het Sociaal Plan d.d. 27 mei 2010 jegens de appellanten 1 tot en met 34 wordt toegewezen.

Opvallend is dat het hof het geleverde bewijs heeft beoordeeld aan de hand van de Haviltex-norm. In zaken met een collectief karakter wordt de cao-norm vaak gehanteerd. De ratio van de cao-norm is gelegen in de bescherming van derden voor wie de achterliggende beweegredenen van partijen niet kenbaar zijn. In de Condor-zaak pakte dat anders uit en is door de Hoge Raad geoordeeld dat de Haviltex-norm toegepast diende te worden. De Condor-zaak kende een redelijk uniek feitencomplex, wat de zaak niet tot een standaard-uitspraak maakt. Zo was Condor bij de onderhandelingen betrokken. Deze partij was dus bekend met de partijbedoeling en behoefde op dat vlak geen bescherming. Alle belanghebbenden (de achterblijvers) waren partij in deze procedure. Daardoor was een eenvormige uitleg dus ook verzekerd als de Haviltex-formule zou worden gebruikt.

Gerechtshof ’s Hertogenbosch 05-03-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:799, Zaaknummer 200.208.733_01 (FNV c.s./Condor).

Dit nieuwsbericht is geschreven door mr. dr. Esther Koot-van der Putte, eigenaar van Cao-recht Advies en Opleiding (www.cao-recht.nl).